Wormen

Wormen

Spoelwormen

 

Verspreiding en biologie

Dat spoelwormen zoveel voorkomen heeft te maken met twee feiten. Ten eerste kan het vrouwtje van de worm maar liefst 20.000 eitjes per dag leggen. Ten tweede zijn die eitjes ook nog eens heel erg resistent. Dat wil zeggen: ze zijn niet gemakkelijk kapot te krijgen met hygiënische maatregelen en kunnen dus erg lang in de omgeving overleven.

 

Met de hondenpoep komen de eitjes mee naar buiten. In ieder eitje ontwikkelt zich een larve. In de gunstige tijd (zomer) kan dit wel in 14 dagen tijd. Vanaf dat moment kan het eitje met larve nieuwe honden besmetten. Soms gebeurt dit vrij snel, maar het kan zijn dat een eitje jarenlang op de loer ligt voor er een nieuwe hond langsloopt. Dus liggen er honderden miljoenen eitjes verspreid over stoepen, velden etc. op hun kans te wachten. De eitjes zijn kleiner dan 1/10 mm dus niet met het blote oog te zien. Ze zijn kleverig en blijven gemakkelijk aan de poten of vacht van een hond zitten. Als deze een eitje oplikt en inslikt raakt hij besmet.

 

In het lichaam van de hond

Wanneer de eitjes zijn opgenomen begint de cyclus van de worm. Uit een eitje komt een larfje. Dit larfje heeft een aantal vervellingen nodig om volwassen te worden. De jonge larfjes (L3 en L4) kruipen uit het ei via de darm, door diverse organen, om uiteindelijk bij de longblaasjes uit te stappen, uit het bloed naar de luchtwegen. Vervolgens worden ze opgehoest en doorgeslikt. Ze zitten dan weer in het maagdarmkanaal en kunnen volwassen worden en op hun beurt eitjes gaan leggen. Ze leven ongeveer 4 maanden.

 

De meeste larfjes komen echter via de bloedsomloop terecht in spieren en organen. Daar kunnen ze vele jaren in die slaaptoestand overleven. Vooral rond de geboorte scheidt de teef vaak zeer veel eitjes uit. Door de dracht en de geboorte worden veel slapende larfjes n.l. weer wakker en beginnen opnieuw aan hun trektocht. Ze besmetten pups in de baarmoeder, maar ook via de moedermelk.

 

Een teefje kan zich weer opnieuw besmetten door het schoonlikken van de jongen en het eten van hun ontlasting. De cyclus is rond en de infectie kan grote vormen aannemen wanneer niet goed wordt omgegaan met hygiëne en ontworming.

 

Hoe komt uw hond er dus aan

1.Via de baarmoeder worden de jonge puppies al door hun moeder besmet. De dracht en bevalling activeren de in de teef rustende wormlarven.

2.De pups besmetten zich ook via de moedermelk.

3.De eitjes kunnen via de bek worden opgenomen uit een besmette omgeving.

4.Larfjes kunnen ook in prooidieren zitten en met het opeten van knaagdieren (muizen b.v.) door de hond opgenomen worden.

 

Diagnose door:

•wormeitjes in de ontlasting (alleen te vinden door microscopisch onderzoek),

•zien van volwassen wormen in braaksel of ontlasting (man 9 cm, vrouw 17 cm),

•afwijkingen in het bloedonderzoek.

 

Therapie

De meeste antiwormmiddelen doden alleen de volwassen wormen. Een beter middel als Milbemax pakt ook het voorlaatste stadium. De rondtrekkende larfjes zijn het moeilijkst te doden, ze leven immers in de weefsels van uw hond of kat. Advocate (hond) en profender (kat) doden resp. L4 en L3 stadia omdat ze op de huid worden aangebracht, via de huid de bloedsomloop bereiken en zo in heel het lichaam actief zijn. Vooral jonge dieren en zogende moeders kunnen dus het best met deze middelen behandeld worden.

 

In alle andere gevallen is het beste advies:

•Volwassen honden:4x per jaar

•Puppies: vanaf hun 2e levens week, op 4, 6, en 8 weken, vervolgens elke maand tot 6 maanden leeftijd.

•Teef na de geboorte van een nestje puppies: 1 behandeling op 2-3 weken na de geboorte en vervolgens elke maand met de pups mee ontwormen.

 

Besmettelijkheid voor de mens

•90% van de puppies in NL zijn positief voor de spoelworm.

•5-10 % van de volwassen honden kunnen besmet blijven in de darmen.

•In praktisch elk grondmonster in NL van grond binnen de bebouwde kom en zandbakken worden spoelworm eieren aan getroffen.

•5-11 % van de kinderen zijn met hondenspoelworm besmet

•Ook een grote kans op besmetting van een eigenaar gaat via de moedermelk van de teef tijdens de zoogperiode van de teef.

•Larfjes kunnen in een mensenlichaam maar zelden uitgroeien tot volwassen wormen. Meestal trekken ze door het lichaam en streven af in een spier.

 

Klachten bij de mens:

Het lichaam vertoont een afweer reactie op binnengekomen wormen. Deze afweer reactie lijkt een beetje op een allergie. Niet iedereen krijgt klachten, maar als er klachten zijn betreft het vaak vage, vrije langdurige klachten, zoals buikpijn, hoesten, malaise, futloosheid e.d. Meestal gaan de klachten na 1-2 jaar weer over.

 

Bij hoge uitzondering zijn de problemen groter wanneer larfjes op ongelukkige plaatsen terecht komen zoals in de lever, het oog (oculaire larva migrans genoemd) of de hersenen. Dit komt gelukkig maar heel zelden voor.

 

Mensen met een atopische (allergische) aanleg kunnen problemen krijgen. Door de trektocht van de larfjes wordt het immuunsysteem geprikkeld. Hierdoor kunnen overgevoeligheden voor andere allergenen versterkt worden en worden aandoeningen als astma en allergieën eerder manifest.

 

Kans op besmetting van de mens door de eigen hond

Uit een recent onderzoek is gebleken dat eitjes in de vacht van de hond ook kunnen uitrijpen tot het infectieuze stadium. Voorheen werd gedacht dat dit alleen in de grond kon. Onderzoek bij Britse hondenfokkers toonde een verband aan tussen het aantal honden en de afweerstoffen tegen spoelworm in het bloed bij deze fokkers.

(Van de fokkers met 4,6 honden hadden gemiddeld 10% antistoffen in het bloed. Fokkers met meer dan 7 honden, maar liefst 28%.)

Volgens de onderzoekers is de kans op een spoelworm infectie 3x zo groot indien er een hond in huis is en 5x zo groot wanneer er ook puppies in huis zijn (geweest).

 

Het is dus raadzaam elke hond met een grote regelmaat (minimaal 4x per jaar) te ontwormen met een krachtig wormmiddel als Profender of Milbemax.

 

Onafhankelijk ontwormings advies

In 2005 werd de ESCCAP opgericht, het europees wetenschappelijk platform over parasieten van gezelschapsdieren.

Hier werken onafhankelijke wetenschappers, die verstand hebben van parasieten, hun verspreiding en gedrag, samen. Per regio (lees: land) wordt een ontwormingsadvies op maat gegeven.

Het doel daarvan is om mens en dier optimaal te beschermen tegen nare parasieten. Te veel ontwormen is niet goed, maar te weinig ook niet.

 

Voor onze regio is het advies om hond en kat (die buiten komt) minimaal 4x per jaar te ontwormen.

 

Haakwormen

 

De haakworm is na de spoelworm de meest voorkomende wormsoort. Er bestaan 2 soorten van waarvan er een alleen ontwikkelt boven de 20 graden en de andere onder de 15 graden. Deze laatste komt dus in onze streken voor, de eerste alleen bij honden die in het warme zuiden zijn geweest. (terug van vakantie ontwormen is dus verstandig). In ongeveer 11% van de honden wordt de haakworm aangetroffen.

 

Biologie:

Na het opeten van de wormlarfjes kunnen deze zich in het darmkanaal direct door ontwikkelen tot volwassen wormen. Levensduur van de worm is 4 maanden. De larfjes gedijen het best op de grond en op gras. De worm wordt dus het vaakste gezien in kennels met een buitenloop. Veel minder vaak in kennels met een goede hygiëne en een ondergrond van cement en beton.

 

Betekenis

De betekenis is niet heel groot. Honden worden er maar zelden ziek van (i.t.t. de worm uit warmere streken die tot uitgebreide bloedarmoede kan leiden).

 

Therapie

Preventief is behandeling niet strikt noodzakelijk, de worm komt weinig voor en veroorzaakt weinig last. Honden die in het buitenland zijn geweest kunnen evt. op wormen onderzocht worden.

Een preventieve ontworming tegen de spoelworm met een breed wormmiddel als Milbemax, pakt automatisch de haakworm(en) mee.

 

Belang voor de mens

Is er niet voor de binnenlandse worm, de buitenlandse worm veroorzaakt soms lastige huidirritatie.

 

Zweepwormen

 

Voorkomen

Relatief zeldzaam bij gezelschapshonden ( - 5 %), Komt veel in kennels voor en wordt daarom ook wel de kennelworm genoemd.

 

Biologie:

Een hond likt de eieren op die een eenvoudige cyclus in de darm doormaken. De worm wordt daar ook volwassen na 2-3 maanden. Dan begint de eiproductie en uitscheiding. In vochtig milieu en warme dagen is de ontwikkeling van ei tot infectieus ei, snel ( 1-2 weken). Eenmaal infectieuze eieren kunnen erg lang overleven (3-5 jaar). De eieren zijn niet bestand tegen droogte en direct zonlicht.

De worm leeft erg lang (1.5 jaar) en de hond blijft levenslang gevoelig.

Onhygiënische kennels die onvoldoende schoon en droog gemaakt worden vormen een risico.

 

Betekenis

De worm boort zich in de wand van de blinde en dikke darm en beschadigt zo de darmwand tot bloedens toe. Dit kan leiden tot bloedarmoede. Meestal verloopt de infectie zonder al te veel klachten. Maar er kan ook diarree ontstaan. Deze is wisselvallig, brijachtig, donker en slijmerig. Soms wordt vers bloed op de ontlasting aangetroffen. De buik kan pijnlijk zijn.

 

Diagnose wordt gesteld door ontlasting onderzoek. Een negatief ontlastingsonderzoek zegt niet alles omdat de worm de eitjes niet elke dag produceert.

 

Therapie

De worm is minder gevoelig voor veel ontwormingsmiddelen.

Milbemax en Profender (beide een combinatie middel) werken uitstekend. Ivm de 3 maandelijkse cyclus van de worm is het belangrijk om eens per kwartaal te ontwormen wanneer u hond regelmatig in de kennel logeert. In de andere gevallen is een halfjaarlijkse ontworming met Milbemax of Profender voldoende.

 

Alleen hogedrukreiniging met stoom helpt de kennels schoon te krijgen. Dit moet indien er problemen zijn meerdere malen per dag gebeuren.

 

Biologie lintworm

 

a. Honden lintworm (D. caninum)

De eitjes van de lintworm komen binnen door het opeten van vlooien die besmet zijn. De eitjes ontwikkelen zich in 2-4 weken tot volwassen wormen en deze kunnen 3 jaar overleven. Vlooien zijn er vooral in zomer, de kans op een infectie met deze lintworm is dus het grootst in het najaar.

 

 

Betekenis voor de mens

Na het per ongeluk opeten van een geïnfecteerde vlo (zeldzaam, m.n. kinderen). Er treedt na verloop van tijd uitscheiding van proglottiden plaats. Dit veroorzaakt jeuk aan de anus.

 

b. Taenia soorten

Opname na eten van (niet gekeurd) slachtafval. Hierdoor zijn vooral jachthonden en boerderij honden de grootste kanshebbers op het krijgen van deze lintworm. Een goede vleeskeuring heeft het voorkomen van deze wormen zeldzaam gemaakt.

 

c. Echinococcus soorten

bijvoorbeeld de E. granulosus en de E. multilocularis.

 

De E. granulosus, die schapen en runderen als tussengastheer heeft, komt vrijwel niet meer in Nederland voor sinds we strenge slachthuiscontroles kennen en we geen slachtafval meer aan honden voeren. Hiermee werd de cyclus doorbroken en kon de infectie in Nederland uitsterven.

 

Dit geld echter niet voor een land als Roemenie, waar de worm gewoon voorkomt. Recent is vastgesteld dat deze ziekte weer ons land binnen dreigt te komen via de import van Roemeense runderen.

Daar komt bij dat het momenteel in is om honden weer rauw, thuis bereid, voedsel te geven, het zgn BARFEN (BARF staat voor Bones And Raw Food).

De opmerkingen hieronder over het gevaar van de vossenlintworm voor mensen geldt evenzeer voor deze runderlintworm!

 

De E. Multilocularis wordt ook wel de vossenlintworm genoemd. Hij rukt op naar Nederland. In België zijn al 50% van de vossen positief bevonden. In Nederland werden besmette vossen in Limburg en Groningen aangetroffen (2-9 %).

 

De worm komt dus nog maar sporadisch in Nederland voor. De ernst van de ziekte vergt echter extra alertheid. De mens kan zich besmetten via het eten van bosvruchten of door het contact met hond en kat die de parasiet opnamen door het eten van ratten en muizen die besmet waren. O.a. jagers en boswachters lopen extra risico.

 

Effecten van de vossenlintworm bij hond en kat

Er zijn bijna geen klinische klachten te verwachten, zelfs niet bij honderden lintwormen. Ze scheiden proglottiden uit. Alleen bij jonge en ondervoede dieren kan bij zware infectie vermagering op treden. Ook darmobstructies komen voor. De proglottiden veroorzaken jeuk rond de anus en daardoor ‘sleetje rijden’ .

 

Therapie en preventie

Voor alle lintwormen geldt dat ze gevoelig zijn voor Milbemax en Profender. Voor de eerste lintworm moet ook de bestrijding vlooien niet vergeten worden.

Preventie in geval van de gevaarlijkere Echinococcus soorten: ontwormen wanneer honden terug komen of worden ingevoerd uit gebieden waar de worm voorkomt.

Voor de vossenlintworm: vermijdt eten van bosvruchten in gebieden waar de worm voorkomt en vermijdt contact met (dode) vossen of hun uitwerpselen!!

 

Belang van de vossenlintworm bij mensen

Bij humane infectie treden pas na een lange incubatieperiode (5-15) ziekte symptomen op. De diagnose volgt dan na echo’s en scans. Deze aandoening “ alveolaire echinococcose” (blaasjesziekte) genoemd, is een zeer ernstige parasitaire zoonose en wordt behandeld met langdurige, vaak levenslange chemotherapie en of chirurgisch verwijderen van de larve/cysten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © All Rights Reserved